ACM: Nederland heeft komend decennium veel meer flexibiliteit in stroomsysteem nodig
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) meldt donderdag 15 oktober dat Nederland de komende tien jaar veel meer flexibiliteit in het elektriciteitssysteem nodig heeft. Dat blijkt uit de eerste landelijke rapportage over flexibiliteitsbehoeften, opgesteld door TenneT en de regionale netbeheerders. Volgens de toezichthouder zijn nieuwe investeringen en aanvullend beleid nodig, omdat onzeker is of bedrijven genoeg grote batterijen gaan bouwen.
Netbeheerders rekenen op grote batterijen
Flexibiliteit is het vermogen om productie of verbruik van stroom aan te passen aan wat het net op dat moment aankan. Denk aan batterijen, of aan afspraken met bedrijven om hun verbruik naar rustigere momenten te verschuiven. Het is nodig om vraag en aanbod in balans te houden nu steeds meer stroom uit zon en wind komt.
De netbeheerders brachten in kaart hoeveel flexibiliteit in 2030 en 2035 nodig is. Tot 2035 zit de grootste behoefte op het hoogspanningsnet van TenneT. In hun scenario’s gaan de netbeheerders ervan uit dat bedrijven fors investeren, vooral in grote batterijsystemen.
ACM twijfelt of de markt dat tempo haalt
Volgens de ACM is het onzeker of marktpartijen die groei in opslag de komende jaren echt realiseren. Daarom is extra beleid nodig, schrijft de toezichthouder in haar bericht over de rapportage. De ACM keurde het rapport goed, maar vraagt de netbeheerders hun aannames beter te onderbouwen en de onzekerheid duidelijker te maken.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft nu zes maanden om een doel voor flexibiliteit vast te stellen. Daarna kan het kiezen voor aanvullend beleid, zoals het wegnemen van drempels of een nieuwe subsidie voor flexibiliteit die niet op fossiele brandstof draait. De netbeheerders maken voortaan elke twee jaar zo’n rapportage.
Prijsverschil binnen de dag is de prikkel voor flexibiliteit
Voor huishoudens met een dynamisch contract is flexibiliteit geen abstract begrip. Wie verbruik verschuift van dure naar goedkope uren, doet op kleine schaal hetzelfde als een grote batterij. Hoe die uurprijzen tot stand komen, staat in de uitleg over dynamische energie.
Vrijdag 16 oktober ligt de uurmarktprijs gemiddeld op 25,7 cent per kWh, volgens de actuele day-ahead prijzen. Het goedkoopste uur valt tussen 13.00 en 14.00 uur met 19,9 cent. Het duurste uur is in de ochtend tussen 08.00 en 09.00 uur met 32,2 cent, gevolgd door de avond tussen 19.00 en 20.00 uur met 31,9 cent.
Vrijdag kleiner verschil dan donderdag
Het verschil tussen het goedkoopste en duurste uur is vrijdag 12,3 cent. Donderdag was dat nog 20,8 cent, met 10,5 cent als laagste uur in de middag. Negatieve uren zijn er beide dagen niet.
Een thuisbatterij die vrijdag 10 kWh laadt in de drie goedkoopste uren, van 13.00 tot 16.00 uur, en die stroom tussen 18.00 en 21.00 uur zelf gebruikt, scheelt ongeveer 1,03 euro aan uurmarktprijs. Donderdag was dat ongeveer 1,70 euro. Daar gaat nog het verlies bij laden en ontladen af.
Vast contract logischer zonder verschuifbaar verbruik
Het voordeel van een dynamisch contract hangt af van hoeveel verbruik een huishouden kan verplaatsen. Wie vooral in de ochtend en vroege avond kookt, wast en laadt, betaalt nu juist de hoogste uurprijzen. Voor die huishoudens is een vast contract de logischere keuze.
Het rapport gaat over flexibiliteit op systeemniveau en schrijft huishoudens niets voor. Wel wijst de ACM erop dat zij al prikkels in de nettarieven heeft ingebouwd en contractvormen heeft ingevoerd die aantrekkelijk zijn voor grote batterijen.
Flexibiliteit wordt in Nederland steeds meer een onderdeel van de energierekening. Het aantal huishoudens met een dynamisch contract groeit, de ACM wil vanaf 2029 nettarieven die afhangen van het tijdstip, en de salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Hoe groot het prijsverschil binnen een dag uitvalt, bepaalt ook of opslag thuis loont: met de rekentool voor de terugverdientijd van een thuisbatterij is dat voor de eigen situatie door te rekenen.







