Inflatie stijgt naar 3,3 procent, energie en brandstof duwen de prijzen omhoog
De inflatie in Nederland is in augustus opgelopen naar 3,3 procent, meldde het CBS op dinsdag 1 september. De productgroep energie inclusief motorbrandstoffen was 11,7 procent duurder dan een jaar eerder, tegen 9,7 procent in juli. Daarmee is energie opnieuw de productgroep die het hardst in prijs steeg.
De cijfers komen uit de snelle raming van het CBS. Die is gebaseerd op nog onvolledige brongegevens. In juli lag de inflatie op 3,2 procent.
Ten opzichte van juli stegen de consumentenprijzen in augustus met 0,3 procent. Dat is iets minder dan het gemiddelde van 0,4 procent in de afgelopen tien augustusmaanden.
Niet alles werd duurder. Voedingsmiddelen, dranken en tabak waren 0,5 procent goedkoper dan een jaar eerder. Diensten stegen met 3,7 procent, tegen 4,0 procent in juli.
In het energiecijfer zit ook de benzinepomp
Het getal van 11,7 procent slaat niet alleen op de energierekening thuis. Het CBS telt in deze productgroep ook motorbrandstoffen mee, dus benzine en diesel.
Dat verschil is groot. Uit de laatste volledige maandcijfers, over juli, bleek dat motorbrandstoffen 22,0 procent duurder waren dan een jaar eerder. Energie voor thuis, dus gas, elektriciteit en stadsverwarming, was toen 1,1 procent duurder.
De achtergrond is de verstoorde handel in olie en gas sinds het conflict rond de Straat van Hormuz. Dat werkt het snelst door in brandstof aan de pomp en in de gasprijs.
Volledige uitsplitsing volgt op 8 september
Hoe de energierekening zelf zich in augustus ontwikkelde, is nog niet bekend. Het CBS publiceert de volledige consumentenprijsindex over augustus op 8 september.
Pas dan staat vast hoeveel gas, elektriciteit en stadsverwarming los van elkaar zijn veranderd. Voor huishoudens die contracten vergelijken is dat het cijfer dat telt.
Overdag blijft stroom op de beurs goedkoop
De prijs die dynamische klanten per uur betalen, beweegt anders dan het maandcijfer van het CBS. Vandaag ligt de gemiddelde uurmarktprijs op 13,1 cent per kWh, blijkt uit de uurprijzen op eerlijkverbruik.nl. Dat is de kale marktprijs inclusief btw, dus zonder energiebelasting en kosten van de leverancier.
Binnen die dag zit een groot verschil. Het uur tussen 13.00 en 14.00 uur is met 4,0 cent per kWh het goedkoopst, het uur tussen 21.00 en 22.00 uur met 18,7 cent het duurst.
Wie apparaten kan verschuiven, heeft daar iets aan. De drie goedkoopste aaneengesloten uren liggen vandaag tussen 13.00 en 16.00 uur, met gemiddeld 4,6 cent per kWh.
Een week met zonnedalen en negatieve uren
Over de afgelopen zeven dagen kwam de gemiddelde uurmarktprijs uit op ongeveer 14 cent per kWh. Het weekend van 29 en 30 augustus was het goedkoopst, met op zondag 30 augustus zes uren waarin de prijs onder nul lag.
Sinds 1 september liggen de prijzen hoger, met een gemiddelde van 20,2 cent per kWh op woensdag 2 september. De avondpiek rond 20.00 uur was elke dag het duurste moment.
Dat patroon laat zien waar het voordeel van een dynamisch contract zit: in het verschil binnen de dag, niet in bescherming tegen dure maanden. Wie weinig kan schuiven of vooral op koude avonden verbruikt, zit met een vast tarief vaak rustiger.
Gas en stroom bewegen uit elkaar
De cijfers van het CBS en de uurprijzen samen laten een tweedeling zien die de laatste jaren sterker wordt. De gasprijs volgt de wereldmarkt en trekt de energierekening omhoog, terwijl zon en wind de stroomprijs midden op de dag steeds vaker richting nul duwen.
Voor huishoudens betekent dat een rekening die uit twee verschillende werelden komt. Isolatie en minder gasverbruik drukken het ene deel, slim schuiven met stroomverbruik het andere.
Wil je weten hoe die twee bewegingen voor jouw verbruik uitpakken, dan kun je de tarieven van vaste, variabele en dynamische contracten naast elkaar zetten in de energievergelijker van eerlijkverbruik.nl.







