Inflatie stijgt in september naar 3,4 procent, brandstof 27 procent duurder
De inflatie in Nederland is in september gestegen naar 3,4 procent, meldt het CBS op dinsdag 13 oktober. In augustus was dat 3,3 procent. De stijging komt vooral door benzine en diesel: motorbrandstoffen waren 27,2 procent duurder dan een jaar eerder.
Diesel kost gemiddeld 2,50 euro per liter
In augustus waren motorbrandstoffen nog 23,4 procent duurder dan een jaar eerder. Een liter diesel kostte in september gemiddeld 2,499 euro, tegen 2,369 euro in augustus. Benzine steeg in dezelfde periode van 2,333 naar 2,448 euro per liter.
Het CBS bevestigt daarmee de snelle raming van 2 oktober. Ten opzichte van augustus stegen de consumentenprijzen met 0,1 procent.
Energie en wonen duwen inflatie met 1 procentpunt omhoog
De groep huisvesting, water en energie zorgde voor 1,03 procentpunt van de inflatie, iets meer dan in augustus. Vervoer, waar brandstof onder valt, droeg 1,02 procentpunt bij. Voedingsmiddelen werkten juist drukkend: die waren 1,7 procent goedkoper dan een jaar eerder.
Volgens de Europese rekenmethode was energie inclusief motorbrandstoffen in Nederland 14,0 procent duurder dan in september 2025. In de eurozone was dat 18,8 procent, blijkt uit de cijfers van het CBS.
Uurmarktprijs woensdag tussen 11,8 en 37,6 cent
Huishoudens met een dynamisch contract merken de duurdere energie direct, maar het verschil per uur is groot. De uurmarktprijs ligt vandaag gemiddeld op 19,9 cent per kWh, volgens de actuele day-ahead prijzen. De goedkoopste drie uren vallen tussen 13.00 en 16.00 uur met gemiddeld 13,6 cent. Het duurste uur is tussen 08.00 en 09.00 uur met 28,3 cent.
Woensdag 14 oktober stijgt het daggemiddelde naar 23,4 cent. Het laagste uur valt tussen 13.00 en 14.00 uur met 11,8 cent. In de ochtend loopt de prijs op tot 37,6 cent tussen 08.00 en 09.00 uur, en in de avond tot 35,8 cent tussen 19.00 en 20.00 uur. Negatieve uren zijn er vandaag en morgen niet. Hoe die uurprijzen zich verhouden tot vaste en variabele tarieven, staat in het overzicht van de actuele energietarieven.
Rekenvoorbeeld: 100 kilometer op benzine of thuis geladen
Een benzineauto die 1 op 15 rijdt, verbruikt 6,7 liter per 100 kilometer. Bij de gemiddelde septemberprijs van 2,448 euro per liter kost dat 16,32 euro.
Een elektrische auto verbruikt in dit voorbeeld 18 kWh per 100 kilometer. Bovenop de uurmarktprijs komt de energiebelasting van ongeveer 11 cent per kWh inclusief btw, en de opslag van de leverancier. Zonder die opslag kost 100 kilometer laden woensdag tussen 12.00 en 15.00 uur ongeveer 4,27 euro. Wie laadt tussen 19.00 en 20.00 uur, betaalt ongeveer 8,43 euro.
Voordeel hangt af van het laadmoment
Het voordeel geldt alleen voor thuis laden op een moment dat te kiezen is. Wie vooral bij publieke laadpalen of snelladers laadt, betaalt het tarief van de laadpaalaanbieder en merkt niets van lage uurprijzen.
Wie de auto alleen in de vroege avond kan laden en geen slimme laadpaal heeft, betaalt bij een dynamisch contract de hoogste uurprijzen. Voor die huishoudens is een vast contract de logischere keuze, omdat de prijs per kWh dan op elk uur gelijk is.
De inflatie ligt sinds mei rond de 3 procent, met energie en brandstof als belangrijkste aanjagers. De verstoorde handel in olie en gas door de onrust in het Midden-Oosten werkt het snelst door aan de pomp en in de gasprijs. Bij stroom zit het verschil vooral binnen de dag: goedkope middaguren en dure ochtend- en avondpieken. Wie het eigen aantal kilometers en de eigen laadmomenten wil doorrekenen, kan de kosten van elektrisch rijden en benzine vergelijken.







