Zonnepanelen op het dak van een Nederlandse rijtjeswoning in de late middagzon

Einde saldering kost huishoudens met zonnepanelen 120 tot 360 euro per jaar

De grootste groep huishoudens met zonnepanelen gaat vanaf 2027 tussen de 120 en 360 euro per jaar meer voor energie betalen. Dat blijkt uit een analyse van 30.000 huishoudens die energieleverancier Pure Energie op 16 september 2026 publiceerde. De oorzaak is het einde van de salderingsregeling op 1 januari 2027, waardoor teruggeleverde zonnestroom niet langer volledig wordt weggestreept tegen het eigen verbruik.

De analyse is gebaseerd op het werkelijke verbruik en de werkelijke teruglevering van 30.000 huishoudens met zonnepanelen. Voor een kleinere groep valt de stijging hoger uit dan 360 euro per jaar.

De onderzochte huishoudens lopen sterk uiteen. Hoeveel iemand merkt van het einde van salderen hangt vooral af van het totale stroomverbruik en van het deel van de opgewekte zonnestroom dat direct in huis wordt gebruikt.

Limburg het zwaarst geraakt, Noord-Holland het minst

Binnen de onderzoeksgroep is het effect het grootst in Limburg. Huishoudens daar betalen gemiddeld ongeveer 306 euro per jaar meer.

Overijssel volgt met gemiddeld 297 euro per jaar. In Noord-Holland is het gemiddelde effect met ongeveer 230 euro per jaar het laagst van de onderzochte provincies.

Die verschillen hangen waarschijnlijk samen met het woningtype. In stedelijk gebied zijn woningen gemiddeld kleiner en liggen er minder vaak zonnepanelen op het dak dan op het platteland.

Wat er op 1 januari 2027 wettelijk verandert

Vanaf die datum mogen huishoudens hun teruggeleverde stroom niet meer verrekenen met de stroom die zij afnemen. Terugleveren aan het net blijft wel mogelijk.

Voor alle teruggeleverde stroom komt een vergoeding van de energieleverancier. Die vergoeding moet tot 2030 minimaal 50 procent van het kale leveringstarief zijn, meldt de Rijksoverheid. Dat is het stroomtarief zonder belastingen.

Over stroom die iemand zelf opwekt en meteen zelf gebruikt, betaalt die persoon geen energiebelasting en geen kosten aan de leverancier. Zelf verbruiken levert daardoor vanaf 2027 structureel meer op dan terugleveren.

Het uur van verbruik bepaalt de waarde

Hoe groot dat verschil is, laten de uurprijzen op de stroommarkt zien. Op donderdag 17 september 2026 ligt de gemiddelde uurmarktprijs op 18,3 cent per kWh, blijkt uit de actuele day-ahead prijzen.

Het goedkoopste uur van vandaag is dat tussen 13.00 en 14.00 uur, met 3,2 cent per kWh. Het duurste uur is dat tussen 19.00 en 20.00 uur, met 26,9 cent.

Dat is een verschil van ruim een factor 8 binnen dezelfde dag. Het goedkoopste blok van drie aaneengesloten uren ligt vandaag tussen 11.00 en 14.00 uur, met gemiddeld 3,8 cent per kWh.

Deze bedragen zijn de uurmarktprijs inclusief btw. Energiebelasting, netbeheerkosten en de opslag van de leverancier komen daar nog bij. Ze laten dus niet zien wat een kilowattuur in totaal kost, maar wel hoe sterk de waarde per uur verschilt.

Zonnepanelen leveren op het goedkoopste moment van de dag

Zonnepanelen produceren het meest rond het middaguur. Dat is precies het moment waarop de marktprijs het laagst is, omdat heel Nederland dan tegelijk zonnestroom opwekt.

Zolang saldering bestaat, maakt dat weinig uit. Een kilowattuur die in de zomer het net op gaat, komt in de winter gewoon terug tegen hetzelfde tarief.

Vanaf 2027 verdwijnt die gelijkschakeling. De teruggeleverde kilowattuur wordt dan afgerekend tegen een vergoeding die is afgeleid van de kale leveringsprijs, terwijl dezelfde kilowattuur bij direct eigen gebruik het volledige tarief inclusief belasting bespaart. Hoe salderen en terugleveren na 2027 precies werken, verschilt daarom per contract en per leverancier.

Verschuiven lukt niet in elk huishouden

Voor wie verbruik kan verplaatsen, is de winst concreet. Een warmtepomp, een boiler, een wasmachine of een laadpaal die tussen 11.00 en 14.00 uur draait, gebruikt stroom op het moment dat die op de markt het minst waard is.

Voor huishoudens met een dynamisch contract is dat verschil per uur direct zichtbaar op de rekening. Een thuisbatterij of een slimme laadpaal kan het verschuiven automatisch regelen.

Niet iedereen kan dat. Wie overdag niet thuis is, geen slimme apparatuur heeft en de auto alleen ’s avonds kan laden, profiteert nauwelijks en betaalt in de avondpiek juist de hoogste uurprijs. Voor zo’n huishouden blijft een vast tarief met een voorspelbaar bedrag een verdedigbare keuze.

Zonnepanelen verschuiven van opbrengst naar gebruik

Het einde van de saldering staat niet op zichzelf. Terugleverkosten, een lagere terugleververgoeding en het voorstel voor tijdsafhankelijke nettarieven duwen allemaal dezelfde kant op: het moment waarop stroom wordt gebruikt gaat zwaarder wegen dan het jaartotaal.

Voor zonnepaneelbezitters betekent dat een andere rekensom dan bij aanschaf. Niet de opgewekte kilowatturen bepalen vanaf 2027 het rendement, maar het deel daarvan dat het huishouden zelf op het juiste moment gebruikt. Wie wil zien hoe dat uitpakt, kan de opbrengst van zonnepanelen bij een dynamisch en bij een vast tarief naast elkaar leggen.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *