Salderen of dynamisch contract met zonnepanelen: waar je in 2026 op moet letten
Je energiecontract loopt af en je hebt zonnepanelen. Kies je dan een vast contract om nog te kunnen salderen, of stap je over op dynamisch tegen de marktprijs? Het antwoord hangt minder af van het soort contract dan veel mensen denken.
Salderen kan ook met een dynamisch contract
Veel zonnepaneelbezitters denken dat salderen alleen kan met een vast contract. Dat klopt niet. Salderen is een wettelijk recht voor kleinverbruikers en geldt tot 1 januari 2027, of je nu een vast, variabel of dynamisch contract hebt.
Volgens toezichthouder ACM moet je leverancier salderen over je hele jaarverbruik op de jaarafrekening, ook bij een dynamisch tarief. Meerdere uitspraken van de rechter en de geschillencommissie bevestigen dat salderen jaarlijks gebeurt.
Salderen werkt per jaar, niet per maand
Salderen gaat per contractjaar, niet per maand. Stroom die je in de zomer teruglevert, wordt weggestreept tegen stroom die je in de winter verbruikt. Dat legt ook de Rijksoverheid zo uit.
Dat je in de zomermaanden netto teruglevert, betekent dus niet dat die kilowatturen verloren gaan. Ze tellen mee in de jaarafrekening, zolang je binnen je salderingsgrens blijft.
Wat er met je overschot gebeurt
Je kunt niet meer salderen dan de hoeveelheid stroom die je van je leverancier afneemt. Dat heet de salderingsgrens.
Lever je over een heel jaar meer terug dan je verbruikt, dan krijg je voor dat overschot een terugleververgoeding. Je leverancier bepaalt die vergoeding zelf. Bij een dynamisch contract is dat de marktprijs op het moment van teruglevering, die per uur kan verschillen.
In een rekenvoorbeeld van de ACM blijft na salderen 1.000 kWh teruglevering over. Bij een vergoeding van 15 cent per kWh is dat 150 euro. Daar gaat 70 euro aan terugleverkosten van af, zodat 80 euro overblijft.
Terugleverkosten: hier zit vaak het echte verschil
Veel leveranciers rekenen terugleverkosten voor klanten met zonnepanelen. Dat mag, en de hoogte verschilt per leverancier: soms een vast bedrag, soms een bedrag per teruggeleverde kilowattuur.
Sommige leveranciers brengen geen aparte terugleverkosten in rekening, maar verwerken die kosten in het vastrecht of het leveringstarief. Het verschil tussen vast en dynamisch zit in de praktijk dus vaker in de terugleverkosten en de vergoeding voor je overschot dan in de vraag of je nog mag salderen.
Vast of dynamisch: zo reken je het voor jezelf uit
Wil je weten wat in jouw situatie gunstiger is, zet dan beide opties naast elkaar met je eigen cijfers. Onze rekentool voor zonnepanelen bij een vast of dynamisch contract helpt daarbij.
Houd rekening met je jaarverbruik, je teruglevering, de terugleverkosten en de vergoeding voor je overschot. Een slimme meter of energiemanager brengt je verbruik en teruglevering per uur in beeld. Sommige huishoudens kiezen er bewust voor om in de zomer dynamisch te draaien, omdat het verbruik dan laag is, en gaan daarna pas opnieuw vergelijken.
De actuele energietarieven geven een beeld van wat de markt op dit moment doet. Niemand kan voorspellen hoe de dynamische prijzen zich daarna ontwikkelen.
Gebruik je stroom zoveel mogelijk zelf
Over stroom die je zelf opwekt en direct gebruikt, betaal je geen energiebelasting en geen kosten aan je leverancier. Direct verbruiken verlaagt zo je rekening en ontlast het stroomnet.
Milieu Centraal adviseert om je zonnestroom zo veel mogelijk meteen zelf te gebruiken, zeker met het oog op het einde van de salderingsregeling. Wie veel overhoudt, kan verbruik verschuiven van gas naar stroom, bijvoorbeeld met een warmtepompboiler, of de terugverdientijd van een thuisbatterij berekenen.
Wat verandert er vanaf 2027
Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling in één keer, zonder afbouw. Tot die datum kun je blijven salderen zoals je gewend bent.
Daarna krijg je een redelijke vergoeding voor je teruggeleverde stroom. Van 2027 tot 2030 is die vergoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief, dus zonder belastingen. Voor wie nu overstapt met zonnepanelen, draait de keuze daarom vooral om de terugleverkosten en de vergoeding voor het overschot, en steeds minder om de vraag of salderen nog kan.







