Nederlandse woonstraat in de schemering met een elektrische auto aan de laadpaal en zonnepanelen op de daken

Kabinet ziet goedkoper nettarief in daluren als middel tegen stijgende energiekosten

Het kabinet heeft op Prinsjesdag een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin het tijdsafhankelijke nettarief voor het eerst wordt gepresenteerd als beleidsinstrument voor huishoudens. Minister Van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei schrijft dat een goedkoper tarief in de daluren mensen meer regie geeft over hun energierekening. De brief hoort bij een onderzoek naar de effecten van het nieuwe tarief en bij een nieuwe prognose van de energierekening tot 2031.

De Kamerbrief van 15 september 2026 is de reactie van het kabinet op twee stukken tegelijk: een onderzoek naar de gevolgen van het voorgestelde tijdsafhankelijke nettarief en een raming van de energierekening voor de komende vijf jaar.

Nieuw is vooral de toon. Waar het tarief eerder werd besproken als een technische aanpassing van de tariefstructuur, noemt het kabinet het nu expliciet een manier voor huishoudens om hun kosten te beheersen.

Twee derde van de transportkosten gaat meebewegen

Bij een tijdsafhankelijk nettarief betaalt een huishouden meer voor stroom die het op drukke momenten van het net haalt, en minder op rustige uren. De gezamenlijke netbeheerders dienden het voorstel eerder dit jaar in bij de Autoriteit Consument en Markt.

In dat voorstel wordt ongeveer twee derde van de nettransportkosten tijds- en volumeafhankelijk. De rest blijft een vast bedrag.

De opzet kent vier prijsniveaus en vijf tijdsblokken. Het verwachte verschil tussen het duurste en het goedkoopste blok is een factor 2 à 3.

ACM wil voor eind 2026 beslissen

De netbeheerders mikken op invoering per 1 januari 2029, voor alle huishoudens en kleinzakelijke aansluitingen. Zo lang duurt het omdat meetsystemen en facturatie eerst moeten worden aangepast.

De ACM neemt het besluit. De toezichthouder wil het voorstel voor volume- en tijdsafhankelijke transporttarieven voor het einde van 2026 definitief afhandelen. Tot die tijd liggen de exacte tijdsblokken en tarieven niet vast.

Het uurverschil bestaat vandaag al

Wie een dynamisch contract heeft, kent zo’n dagritme al. De prijsverhouding die het nettarief straks moet gaan aanbrengen, zit nu al in de kale marktprijs van stroom.

Op woensdag 16 september 2026 ligt de gemiddelde uurmarktprijs op 22,1 cent per kWh, blijkt uit de actuele uurprijzen op eerlijkverbruik.nl. Het goedkoopste uur is dat tussen 13.00 en 14.00 uur met 11,8 cent. Het duurste uur is dat tussen 19.00 en 20.00 uur met 30,8 cent.

Dat is een verschil van ruim een factor 2,5 binnen één dag. Precies de orde van grootte die het kabinet en de netbeheerders in het nettarief willen inbouwen. Het goedkoopste blok van drie aaneengesloten uren ligt vandaag tussen 12.00 en 15.00 uur, met gemiddeld 12,8 cent per kWh.

Deze bedragen zijn de uurmarktprijs inclusief btw. Energiebelasting, netbeheerkosten en de opslag van de leverancier komen daar nog bij. Ze laten dus niet zien wat een kilowattuur in totaal kost, maar wel hoe groot het verschil tussen uren is.

Twee prijssignalen op dezelfde klok

Voor huishoudens met een dynamisch contract stapelen de twee signalen zich vanaf 2029 op elkaar. De marktprijs is dan vaak laag op het midden van de dag, en het nettarief in diezelfde uren naar verwachting ook.

Dat vergroot het voordeel van verschuiven. Een wasmachine, een warmtepomp, een thuisbatterij of een elektrische auto die buiten de avondpiek draait, bespaart straks op twee posten in plaats van één.

Het omgekeerde geldt ook. Wie het verbruik niet kan verplaatsen, bijvoorbeeld omdat er overdag niemand thuis is en de auto alleen ’s avonds aan de laadpaal kan, profiteert veel minder. Voor zo’n huishouden blijft een vast contract met een voorspelbaar tarief een verdedigbare keuze.

Rekening stijgt tot 2031 met circa 10 procent

De prognose die met de brief meeging schetst geen goedkoper beeld. De gemiddelde energierekening stijgt tot 2031 in reële termen met ongeveer 10 procent.

Huishoudens met een cv-ketel komen het duurst uit, richting 2.800 euro per jaar in 2031. Huishoudens die volledig elektrisch verwarmen met een warmtepomp zien procentueel de grootste stijging, maar eindigen met de laagste rekening van ongeveer 1.200 euro per jaar.

De stijging komt vooral door hogere netkosten. Netbeheerders moeten fors investeren om het volle elektriciteitsnet uit te breiden, en die kosten komen terug in de netbeheerkosten op de rekening. Voor de 6 procent van de huishoudens die in 2025 in energiearmoede leefde, kondigt het kabinet gerichte maatregelen aan.

Begrip blijft een knelpunt

Eerder onderzoek van CE Delft en Motivaction liet zien dat consumenten het tijdsafhankelijke nettarief nauwelijks begrijpen. Dat is een reëel risico: een prijsprikkel werkt alleen als mensen weten wanneer hij geldt.

Het kabinet gaat ervan uit dat apparatuur een deel van dat probleem oplost. Een energiemanagementsysteem, een slimme laadpaal of een thuisbatterij kan automatisch op de goedkope uren sturen, zonder dat de bewoner erop let.

Van jaarrekening naar klokrekening

De richting is daarmee breder dan één tariefvoorstel. De Nederlandse energierekening verschuift stap voor stap van één jaarbedrag naar een bedrag dat afhangt van het moment waarop stroom wordt gebruikt.

Dynamische contracten liepen daarin voorop, met een prijs die elk uur verandert. Het nettarief volgt nu dezelfde logica, en raakt straks ook huishoudens met een vast leveringstarief. Dat maakt het onderscheid tussen contractvormen kleiner en het onderscheid tussen verbruiksmomenten groter.

Wie wil weten hoe het eigen verbruikspatroon uitpakt bij de huidige uurprijzen, kan de contractvormen naast elkaar leggen in de energievergelijker van eerlijkverbruik.nl.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *