Peiling: 78 procent wil stroom buiten de avondpiek gebruiken als dat geld oplevert
Van de Nederlanders wil 78 procent apparaten zoals de wasmachine, de laadpaal of de warmtepomp buiten de avondpiek gebruiken als dat geld oplevert. Dat blijkt uit een peiling van onderzoeksbureau Ipsos I&O onder 2.266 Nederlanders, gemaakt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en deze week naar buiten gekomen. Het ministerie wilde weten hoe huishoudens denken over de drukte op het stroomnet tussen 16.00 en 21.00 uur.
Lagere energierekening motiveert 54 procent het meest
De onderzoekers vroegen of mensen hun apparaten buiten de piek van 16.00 tot 21.00 uur willen gebruiken als zij daarvoor minder betalen of een vergoeding krijgen. 78 procent zegt dat zeker te willen en 15 procent misschien. 5 procent wil dat zeker niet, staat in het rapport van Ipsos I&O.
Geld is de sterkste reden om de piekuren te mijden. 54 procent noemt een lagere energierekening als grootste motivatie. 18 procent kiest voor een systeem dat het verbruik automatisch regelt en 10 procent voor een vergoeding voor apparaten die veel stroom verbruiken.
Een bericht van de gemeente of de netbeheerder dat een stroomstoring dreigt, motiveert 5 procent het meest. Een verplichting voor iedereen krijgt de voorkeur van 4 procent.
Duurdere piekuren krijgen steun van 19 procent
De deelnemers konden ook aangeven welke maatregelen zij geschikt vinden om de drukte op het stroomnet te verminderen. 67 procent noemt het uitbreiden van het stroomnet en 42 procent het inzetten van batterijen. 36 procent kiest voor het stimuleren van huishoudens om minder stroom in de piekuren te gebruiken.
Stroom duurder maken in de piekuren en goedkoper daarbuiten krijgt steun van 19 procent. Een lagere prijs als beloning vindt dus meer steun dan een hogere prijs in de drukke uren.
De peiling vroeg niet naar de nieuwe nettarieven per tijdsblok die de Autoriteit Consument & Markt vanaf 2029 wil invoeren. In dat voorstel wordt het transport van stroom in drukke uren duurder en in rustige uren goedkoper.
Ruim de helft verschuift het verbruik nu al
54 procent zegt altijd of bijna altijd minder stroom te gebruiken in de piekuren door apparaten op een ander moment aan te zetten. 31 procent doet dat af en toe en 14 procent nooit.
84 procent weet dat het stroomverbruik gemiddeld het hoogst is tussen 16.00 en 21.00 uur. In totaal wil 85 procent zelf bijdragen aan minder drukte op het stroomnet. De meesten doen dat alleen als het niet te veel tijd, geld of moeite kost.
Zaterdag 20,9 cent verschil tussen middag en avond
Huishoudens met een dynamisch contract krijgen die beloning al via de leveringsprijs, want die verschilt per uur of per kwartier. De uurmarktprijs ligt vandaag gemiddeld op 11,0 cent per kWh, volgens de actuele day-ahead prijzen. De goedkoopste drie uren vallen tussen 13.00 en 16.00 uur met gemiddeld 6,2 cent, tegen gemiddeld 11,6 cent in de piekuren van 16.00 tot 21.00 uur.
Zaterdag 10 oktober is het verschil groter. Het daggemiddelde daalt naar 6,1 cent en tussen 12.00 en 15.00 uur zijn er drie uren met een negatieve stroomprijs, met min 0,5 cent als laagste uur. Tussen 19.00 en 20.00 uur loopt de uurmarktprijs op tot 20,4 cent, een verschil van 20,9 cent met het laagste uur.
Wie zaterdag 10 kWh verbruikt in de drie goedkoopste uren in plaats van tussen 19.00 en 20.00 uur, betaalt ongeveer 2,07 euro minder aan uurmarktprijs. Dat is bijvoorbeeld een laadbeurt van de elektrische auto. Energiebelasting en de opslag van de leverancier komen er op elk uur bij en veranderen dat verschil niet.
Ook de nacht is zaterdag goedkoop. Tussen 00.00 en 06.00 uur ligt de uurmarktprijs gemiddeld op 1,8 cent per kWh.
Vast contract logischer bij verbruik dat niet kan schuiven
Niet elk huishouden kan het verbruik verplaatsen. Wie vooral tussen 16.00 en 21.00 uur kookt, wast en laadt en dat niet kan veranderen, betaalt bij een dynamisch contract juist de hoogste uurprijzen. Voor die huishoudens is een vast contract de logischere keuze, omdat de prijs per kWh dan op elk uur gelijk is.
Bij een vast of variabel contract levert verschuiven nu geen lagere leveringsprijs op. De beloning waar de deelnemers aan de peiling om vragen, bestaat voor die groep dus nog niet.
Vergelijking met 2025 vraagt voorzichtigheid
Ipsos I&O hield de peiling van 10 tot en met 12 augustus 2026. In januari 2025 zei 33 procent bereid te zijn apparaten niet of later aan te zetten als er weinig ruimte op het stroomnet is. Nu is dat 62 procent.
Het bureau gebruikte dit keer een ander panel en paste de vragenlijst aan. De verschillen komen daardoor volgens Ipsos I&O niet alleen door een veranderde mening van Nederlanders.
De drukte op het stroomnet is een landelijk probleem: 79 procent van de deelnemers noemt die een groot of zeer groot probleem voor Nederland. Tegelijk telt het moment van verbruik op steeds meer delen van de energierekening mee, eerst via de uurprijzen van dynamische contracten en vanaf 2029 mogelijk ook via het nettarief. Welke uren vandaag en morgen het goedkoopst zijn, staat in het overzicht van de stroomprijs per uur.







